ONTMOETEN

Transparant betekent heel letterlijk: doorzichtig of doorschijnend. In meer figuurlijke zin: openheid en zicht op bijvoorbeeld besluitvorming. Deelgenoot worden van processen.

Dit schoot door mijn hoofd toen ik onlangs iets moest afrekenen in een winkel. Ik aan de ene kant van een stuk plexiglas en de winkelmedewerker aan de andere kant. Beide ook nog voorzien van een mondkapje. Ondanks de transparantie niet echt een gevoel van openheid. Transparantie om afstand tot elkaar te creëren: de omgekeerde wereld.

In onze architectuur streven wij er juist naar om tussen de verschillende gebruikers van onze gebouwen openheid te ontwerpen. Dit realiseren we door veel glas en doorkijkjes te maken. Hiermee wordt het gebouw ook leesbaar en bevordert het de oriëntatie. Maar het voornaamste doel is om zichtbaarheid en samenzijn te bevorderen. Zien wat er in een gebouw gebeurt. Zonder dat men overlast van elkaar ondervindt.

Het evenwicht tussen transparantie en privacy is bij elke opgave onderwerp van studie. Over het algemeen is men een voorstander van openheid, maar ook van rust en mogelijkheid tot afzonderen van anderen. Door goed te luisteren naar de wijze waarop men van het gebouw gebruik gaat maken wordt de balans in het ontwerp gevonden tussen openheid en beslotenheid. De juiste balans geeft rust in het gebruik van het gebouw, waarbij het zien en gezien worden ook tot ontmoeten zal leiden.

En daar gaat het nu mis: het transparante scherm in de winkel geeft juist het tegenovergestelde aan: houdt afstand! Zien en gezien worden is het maximaal haalbare. En nog verder: door de vele video overleggen op dit moment zien we elkaar wel, maar we ontmoeten elkaar zeker niet! Het blijft afstandelijk. Veel medemensen zijn met mij van mening dat we daardoor de finesses missen van het elkaar zien. In deze tijd van de vele digitale manieren om informatie en kennis te delen wordt het gemis van het belangrijkste menselijke aspect eens te meer duidelijk: elkaar fysiek treffen.

Wat leert dat mij in de manier van vormgeven van onze gebouwen, van het vormen van ruimtes? Dat transparantie meer is dan elkaar zien. Transparantie krijgt meer betekenis als de mogelijkheid aanwezig is om elkaar zónder het transparante intermediair te treffen. Het geeft mij gereedschap om op nog meer manieren na te denken over relaties van ruimten in gebouwen. Wanneer is alléén zicht voldoende, wanneer is zicht echt open. En hoe flexibel moet je doorzicht maken. Van besloten en individueel tot open en gezamenlijk. Van altijd open tot afsluitbaar.

In feite hele triviale zaken die je gaat missen als de omstandigheden (hopelijk) níet triviaal zijn. Een deur kunnen openen om elkaar de hand te schudden. Of, even om het plexiglas heen zonder mondkapje ongefilterd elkaar goedendag zeggen…..